Welkom Programma Informatie Cultuur Data en prijzen Foto-tour Contact Gastenboek

Egypte
Bedoeïenen

Het leven van de Bedoeïenen vroeger en nu

Bedoeïenen zijn voornamelijk Arabische woestijnbewoners, leven soms in tenten en hadden vroeger een nomadisch of semi-nomadisch bestaan.
Onder meer door invloeden van de Westerse cultuur en het toerisme is het leven van veel Bedoeïenen de laatste decennia sterk veranderd, maar een deel leeft nog met tradities en gebruiken die vele eeuwen teruggaan.
Het woord bedoeïen is afkomstig van het Arabische badawi, wat woestijnbewoner of nomade betekent. Het woord badw waar dit van is afgeleid, betekent woestijn (net als het woord Sahara overigens) en heeft zelf ook de betekenis Bedoeïenen gekregen.

Vroeger

Cultuur_2_01 Het leven van een Bedoeïen was hard. Hij moest bestand zijn tegen extreme hitte en koude en soms tegen honger en dorst. Hij moest beschikken over veel uithoudings-en doorzettingsvermogen en over alertheid en strijdvaardigheid, want er kon altijd wel iets misgaan of gevaar dreigen. Deze eigenschappen werden beschouwd als bijzondere deugden van de Bedoeïenen. Het leven werd bovendien bemoeilijkt door twisten over weidegronden en waterbronnen, veediefstallen en doorgang door andermans stamgebied. Dit leven was alleen binnen stamverband mogelijk. Een familie die uitgesloten werd, kon zich alleen van de ondergang redden door zich te laten adopteren door een andere stam. Men was dan weliswaar gered, maar werd nooit een volwaardig lid van de stam en bleef een verschoppeling.
Daar Bedoeïenen steeds weer genoodzaakt waren naar nieuwe weidegronden te trekken, waren hun bezittingen tot een minimum beperkt. Welstand was moeilijk af te meten aan het interieur van de tent. Welstand was zichtbaar aan de grootte en kwaliteit van de veestapel. Rijkdom bestond in bezit van onroerend goed in dorpen langs de rand van de woestijn of zelfs in steden. Maar in de levenswijze waarvoor de Bedoeïenen zelf hadden gekozen, was weinig ruimte voor luxe en uiterlijk vertoon. Soberheid voerde de boventoon.

De Bedoeïenen zijn trots, kriCultuur_2_03jgszuchtig, dapper, ridderlijk en gastvrij. Een Bedoeïen wil overwinnen, wil aan iedereen laten zien wie hij is en wat hij kan. Hij wil niet alleen tot de beste stam behoren, hij wil ook alles doen om bij die stam te mogen blijven. Een Bedoeïen wil een hoge positie hebben, aanzien verdienen van andere Bedoeïenen. De lafaards worden veracht. Maar moed alleen is niet genoeg. Wanneer een Bedoeïen terugkeert van een tocht met een grote buit, wordt er van hem verwacht dat hij veel uitdeelt aan anderen. Gierigheid wordt niet op prijs gesteld. De gastvrijheid van de Bedoeïenen gaat erg ver. Een gast die op bezoek komt bij en Bedoeïenengezin, kan erop rekenen dat hij beschermd wordt. Het is zelfs zo dat bij een overval op een Bedoeïenenkamp de bezittingen van een gast niet worden meegenomen, of ze worden later teruggegeven.
De Bedoeïenen zelf maken moeilijk gebruik maken van de gastvrijheid van iemand anders. Er is een soort regel: Vragen betekent je vernederen. Een Bedoeïen wil het zijn gast zo goed mogelijk maken. Hij geeft je veel eten, desnoods krijgt hij zelf niks. Het eten van de Bedoeïenen is eenvoudig. Er zijn bepaalde regels voor het eten. Er wordt uit een gemeenschappelijke schaal gegeten, waarbij alleen de rechterhand wordt gebruikt. Rijst, vlees, brood en dadels worden tussen de duim en de wijs- en middelvinger van de rechterhand opgepakt en in de mond gestoken. DeBedoeïenen drinken kamelenmelk, geitenmelk, koffie en thee.

Het leven nu

Vandaag de dag hebben veel Bedoeïenen hun traditionele bestaan veranderd naar een modernere manier van leven. Toch overleeft de Bedoeïen cultuur nog steeds. De Bedoeïenenbevolking is nog steeds zeer vriendelijk en gastvrij; de mensen zijn gelukkig en werken aan de opbouw van een goed leefbare oase, waar steeds meer goede voorzieningen en leefomstandigheden worden gecreëerd.
Gelukkig is nog veel van die oude cultuur bewaard gebleve.

Alle kinderen gaan tot 12/13 jaar naar school. De meeste meisjes blijven daarna thuis om de moeder te helpen in huis en omzelf het huishouden te leren. Het onderwijs is in de grotere plaatsen van een goede kwalitiet. In de kleinere gebieden ontbreekt vaak nog het lesmateriaal. Wanneer er in een dorp geen school is logeren de kinderen bij familie in de iets grotere dorpen om zodoende ook naar school te kunnen.

Wanneer je voor het eerst een Bedoeïendorp bezoekt lijkt het of de tijd hier heeft stilgestaan. Het leven van de mannen is grotendeels gescheiden van dat van de vrouwen.

In het openbare leven vormen de mannen de meerderheid, al is hierin in de grote steden veel aan het veranderen.
Mannen werken op de plantages en gaan bij zonsondergang, sommige nog op hun ezeltjes naar huis. 's Avonds zoeken zij elkaar op, thuis of in de theehuizen en openbare ontmoetingsplaatsen. Drinken hun Bedoeïenthee en roken de waterpijp.
De vrouwen leven in huis en verzorgen de kinderen en de grootouders, vaak in een groot familieverband. De grootouders passen weer op de allerkleinsten. Gezamenlijk zorgen de vrouwen voor het schoonhouden van de huisjes, de was en de maaltijden. De zonen blijven na hun huwelijk bij de ouders wonen er wordt vaak een huis bijgebouwd. De dochters gaan bij de familie van de man wonen.
Toch heeft de tijd staat ook in Bahariya, het dorp dat de uitvalbasis is voor onze reizen, niet stil gestaan. Er komen steeds meer auto’s, meer asfalt …. de mobiele telefoons hebbenl hun intrede gedaan. De televisie en de toeristen brengen de bewoners in contact met andere culturen. De Bedoeïenen worden geconfronteerd met de veranderingen in hun leefwijze en hun traditionele islamitische stammencultuur mengt zich met de westerse cultuur. Mannen zijn meer geneigd zich aan te passen en de moderne cultuur op zich te laten inwerken, maar vrouwen zijn door eer en traditie gebonden om binnen de omgeving van de familie te blijven en hebben daarom weinig kans op vooruitgang. Toch zijn ook de oude tradities nog bewaart gebleven.

De Bedoeïenen leven in het hier en nu, dat